Home Fanny
Fanny PDF Afdrukken E-mailadres

Beschrijving

De oude haven van Marseille in de jaren dertig. Bar de la Marine. Marius, de zoon van cafébaas César, is onaangekondigd voor drie jaar met een boot vertrokken. César mist Marius. Fanny, het jeugdvriendinnetje van Marius, mist hem nog veel meer. Ze is er ziek van. Of liever : ze krijgt een kind van Marius. Moeder Honorine arrangeert een huwelijk met Maître Panisse, een rijke weduwnaar. De eer van de familie is gered. Een jaar later komt Marius onverwachts terug naar Marseille … Een melancholische voorstelling over de grote liefde en het echte leven.

Data

auteur :
Marcel Pagnol
regie :
Dirk De Lathauwer
cast : Roeland De Swert, Frie Huybreghs, Christophe Ketels, Frans Konings, Pieter-Jan Martens, Maaike Neuville, Wim Nijs, Yvette Piccart, Mieke Vanattenhoven
techniek:
Johan Vandeweerdt & Roel Van Roosbroeck
data :
2, 3, 8, 9, 10, 13, 15, 16, 17 februari 2001 - telkens om 20u
locatie :
Reynaert Theater Malpertuus - Redingenstraat 4 - Leuven centrum

Flashback

Dankzij God….

Postbode, goed, postbode dan maar. Eh, zeg Wim, wat speelt gij ? Chauffeur. Ah, chauffeur, interessant…. Enne… hoe lang zijt gij al lid ? 35 jaar. Ah, 35 jaar. Ja,… ik iets minder. Zeg, enne.., hoeveel lijnen hebde gij te zeggen ? Ah, vijf… Ikke twee. Enne, doede da graag, toneel spelen ?… Ja ? Ah, ja … ik ook. Maarre…euh…

(twee weken later) Ja, gij speelt Panisse, en gij Wim, gij speelt César, .. ah ja? ja ! Panisse, goed, Panisse dan maar. Eh, zeg Wim, wat speelt gij ? Chauffeur ? Ah, César…enne, … hoeveel lijnen ? vijf ?… Ah, vijfeenveertig bladzijdes, ah ja.., ja… ik ook zoiets, ja… ja… en nu ? Spelen, …ah, ja…,ja?!

Het kan verkeren, zei Bredero, ja,ja, godverdomme en serieus ook. Eerst ne stomme facteur en nog geen twee weken later Panisse, who the fuck is Panisse? Vijfenveertig pagina’s, da’s Panisse ! .. ah, ja…. Enne, zeg, voor elke repetitie kent ge uwen tekst, is da goed? Ah, ja…ja Dirk, da’s goed, allez, we zullen proberen.

Zo is het gestart, denk ik. Allez, ongeveer. Intussen had ik de film toevallig op France 2 getaped, en geloof het of niet, maar, ne facteur, ge ziet die dus maar twee seconden, he! Twee seconden, he!, nie langer, he,.. nee, echt nie., en die Panisse, tja, die ziet ge altijd, die is daar altijd! Ge krijgt die met geen spons van Uw scherm geveegd, dien is daar altijd. En César ? Dien is daar ook altijd! Waarom had em het stuk niet Panisse genoemd, of César ?

En hoe langer dat de avonden werden, hoe later ik opbleef om toch maar klaar te zijn voor de repetities. Ah ja, tekst gekend, …daar gaan we voor. Tekst gekend ? Mon oeuil ! Iedereen stond daar met zijn boekske. Ja, ik heb nogal weinig tijd gehad, enne het ging nie zo goed.. sorry, hé. Ik had een nieuwjaarsreceptie… Ah, ja… een nieuwjaarsreceptie ? Ja, ’t zal wel, enne, … kent ge uwen tekst?

Nee. Ah, ja ? En wat zal den Dirk zeggen? “Ja, ik maak mijn nie veel zorgen, da komt wel, ge zult zien”.

Ja, hij zal ’t wel zien, maarre, ik zie da toch iets minder.

(drie maand later) … Hij zit op de pot, dankzij god… Ik heb beter momenten gekend,da’s duidelijk, ; het is wellicht het dieptepunt van mij carrière, mais bon, soit. Dankzij God, Godzijdank, ja… Generale repetitie, da moet kunnen, … ja,ik schrijf die brijfe nie. Voilà, den pistas is weeral gestegen… Ik moet me geen zorgen maken, denk ik dan.. als d’anderen zoiets mogen, dan kanne ne k’ik gerust door mijne tekst vallen, zonder me ongerust te maken dat het morgen avant-première is ! Da’s de duidelijkheid zelve.

Hebt ge ooit al nen docteur tegengekomen die denkt da hij Jacques Chirac is ? Ik ook nie tot drie dagen voor de première. Nie lachen denk ik dan, ge heb wat ervaring, ge kunt ertegen….begint ‘em ook Joe Roxy na te doen. En da kinnebakkes, da sta nie stil en die wenkbrauwen zeggen zoveel. Tja, ’t is te laat, ik kan nie meer terug.

Waar zijn mijn twee lijnen? Nu zijn ’t vijfenveertig bladzijdes. Gelukkig is er Fanny. , ah , ons Fanny, het heeft lang geduurd, maar ze staat er, ons Fanny. Ge denkt ze is hare tekst vergeten, vergeet het, gij eerder dan zij, het duurt alleen wa langer, maar alles komt eruit, en dan denk ik; waar zijn mijn twee lijnen, dan moest ik nie in haar ogen kijken, dan was ik ne facteur, ik bracht de brieven rond, ik schreef ze nie. Maar nu is het te laat, ik ben Panisse, en ik vraag haar voor den tweede keer ten huwelijk !

Wanneer ik nu verder ga, zitten we halverwege. Met horten en stoten zijn we’r geraakt. De avant-première was goed geweest. Het publiek laaiend enthousiast, Wim content, wij ook ! Er zat swung in – nee, Christophe, geene swing…

En toen kwam grijze vrijdag en zwarte zaterdag en kwamen de eerste kritieken. Eerlijke en degelijke kritieken, waardevolle meningen waar dat ge iets aan had…op één na. En waar anderen me vertelden dat ik me dat allemaal niet zo moest aantrekken, heb ik dat wel gedaan omdat het vrij persoonlijk en venijnig werd.

Ik heb nog nooit zo diep in zak en as gezeten als de zondag die volgde. Ik moest mijn vrouw afhalen van de luchthaven en ze kon maar niet begrijpen waarom ik zo verschrikkelijk neerslachtig was alsof dat mijn hele familie gestorven was op een week tijd. En eigenlijk was dat ook zo. In die vier maanden samen werken, denken, voorbereiden en repeteren, was dit mijn familie geworden. Ik heb mensen leren waarderen, mensen die ik tevoren nooit gezien had of mensen die ik slechts vluchtig zag in het voorbijgaan en die ik überhaupt niet kende. Mensen, waarvan ik nu kan zeggen dat ik blij ben ze te hebben leren kennen, mensen die ik graag mag en waarvan ik kan zeggen dat het me een genoegen was om dit samen met hen te hebben kunnen brengen.

Vier dagen rust, of wat er voor moest doorgaan, want uiteindelijk hebt ge ook nog zoiets als werken. Hoe het kwam, waar het vandaan kwam, wie het ons had ingegeven, vraag het me niet… maar donderdag was de omkering. Het leek alsof iedereen door de woestijn was gegaan en gelouterd de scène terug opkwam. We hebben d’er een lap opgegeven. En de zon straalde terug, we hebben erin gehangen dat het niet schoon was, maar geen kat die het merkte, we hebben de pointe van het verhaal overgeslagen en niemand die er ook maar iets van had gezien. We hebben gestotterd en gespeekt, niemand nam er aanstoot aan, het was een schoon verhaal, een héél schoon verhaal, … met profiel ! Ja, Dirk, ge hebt gelijk gehad, het is goedgekomen, ergens toch, ge had dat goed gezien, wat anderen er ook van mogen denken !

Wij staan nu voor week drie: ik heb een verkoudheid overleefd,een bronchitis, een dubbel oog-ontsteking, bursitis in mijn elleboog en een ontsteking in mijn linker bovenkaak, en ik sta er nog ! Ik hoest de longen uit mijn lijf en mijn stem slaat over bij elke verheffing. Toneel spelen is een slijtage-slag voor mij, ik probeer daar mee te leven.

Nu dat alles achter de rug is kan ik alleen nog toevoegen dat we gewoon op ons elan zijn doorgegaan. Zelfs de zondag bij den opruim. En eigenlijk zit ik nu met het gevoel van, tiens , eigenlijk had het nog wat langer mogen duren, zeker na die memorabele laatste zaterdag en den onwaarschijnlijke après-ski die daarop volgde. En, nee Frie, ik heb geen blauw plekken.

En mocht het me ooit nog teveel worden dan ga ik naar Pacco: pakt ne stoel en ’t is een bistro, pakt een tafel en ’t is een restaurant en staat ge recht dan is ’t een kunstgalerij (Nieuwpoort, 28 december 2000, onvergetelijk !). Gelukkig is de commentaar gewist op de video, dank U, Edelhard !

Efkens hebben we gedacht om met dezelfde groep in dezelfde rollen ook het vervolg van het verhaal te spelen, volgend jaar of wat later. Maar dat lijkt me niet echt het beste idee. Was 54 jaar al wat moeilijk om overtuigend te spelen, dan moet ik U niet vertellen wat het moet geven om er 74 uit te zien.

Mijn zus wilde wel weten hoe het verder afliep: “Blijft ze bij U ?”, vroeg ze wanhopig. Ja, ze is geble-ven. “Ah…, dan is ’t goe”.

Panisse

Maaike Neuville

Van Ifigeneia via De meisjeskamer naar Fanny : Maaike Neuville, studente aan Studio Herman Teirlinck.

In Fanny (februari 2001) speelde Maaike Neuville voorlopig haar laatste rol bij de Reynaertghesellen. Ik speelde toen Marius en liet haar in de steek omdat de aantrekking van de zee te groot was geworden. Nu heeft zij mij achtergelaten, want zij koos voor andere, nieuwe avonturen. Zij trok naar Antwerpen en startte haar opleiding aan de Studio Herman Teirlinck om -wie weet- de wereld te veroveren met haar talent.

Hoe is je eerste jaar aan de Studio Herman Teirlinck meegevallen ?

Dat is heel goed meegevallen, er is zeer veel gebeurd. De eerste maanden was het nog een beetje wennen en me aanpassen. Ook heb ik in die periode veel mensen leren kennen. Het was in het begin een beetje een zoektocht en zorgen dat je in de sfeer van de school komt.

Waaruit bestaat dat eerste jaar ?

In het eerste jaar hebben we drie toonmomenten gehad. Het eerste is wel compleet tegengevallen omdat ik nog teveel in mijn ?zoektocht? zat. Ik was nog teveel aan het denken wat ik met deze opleiding zal of kan bereiken. Aangezien dat toonmoment dus niet meeviel, was ik mijn weg even kwijt en ben ik pas tijdens het tweede toonmoment losgekomen. De begeleiding die we toen kregen van Ilse Uitterlinden heeft daar ook mee te maken. Zij liet iedereen in de klas volledig loskomen. We moesten sc?nes van Carlo Goldoni (auteur van ondermeer Knecht van twee meesters) en Moli?re spelen. In de derde termijn was de begeleiding van Sofie Decleir en hebben we aan een volledig stuk gewerkt.

Dat was dan het afsluitend en doorslaggevend toonmoment van het jaar ?

Niet doorslaggevend. De drie toonmomenten worden evenwaardig bekeken en het laatste zal nooit allesbeslissend zijn. Als je laatste termijn dus wat minder is, betekent dat niet dat je niet geslaagd bent. Het wordt in zijn geheel bekeken.

De docenten willen toch een zekere evolutie zien gedurende die drie toonmomenten ?

Ja, maar ze willen zeker ook niet dat de studenten enkel en alleen naar het derde en laatste toonmoment mikken.

Zijn dat de enige momenten dat je op een podium staat binnen de opleiding ?

Ja. Al kan dat niet beschouwd worden als ?echt? op een podium staan voor een publiek. Binnen een eerste jaar blijven die toonmomenten binnen de schoolmuren. Het is dus niet voor een groot publiek. In zekere zin om ons wat te beschermen. Om ons de kans te geven om zaken uit te proberen, met de mogelijkheid om ?op onze bek? te gaan. Dan is het al genoeg dat er een jury van 11 man op zit te kijken. Stress is er op zo een moment genoeg. (lacht)

Een andere stress dan voor een theaterpubliek ?

Ja, toch wel. Al moeten we ons daar overheen zetten. Je mag niet denken dat je voor die jury speelt of dat daar punten aan vasthangen. Je moet vooral geloven in wat je doet. Het voor jezelf doen. Bij het eerste toonmoment had ik daar bijvoorbeeld zelf nog moeite mee.

Uit welke vakken bestaat het theoretisch gedeelte ?

Dat stelt eigenlijk niet zo veel voor. (lacht) Het is niet zo dat ik echt cursussen moet gaan blokken. Het zijn eerder een soort van bijvakken. In het eerste jaar kregen we bijvoorbeeld theatergeschiedenis. Verder ook nog wereldliteratuur van Kristien Hemmerechts en culturele stromingen van Ludo Abicht. Bij die cursus van Abicht konden we kiezen : ofwel maakten we een scriptie of hadden we een examen over de stof; van Hemmerechts moesten we teksten schrijven, maar vooral luisteren naar haar mening. Dus op theoretisch vlak is de opleiding beperkt, maar wel interessant.

Hoe zit het dan met de waardeverhouding tussen het theoretische en practische gedeelte (het Spel) ?

In theorie zijn die gelijkwaardig, maar in de praktijk wordt er toch meer naar het Spel gekeken. De laatste jaren zijn ze wel wat strenger geworden en als je theoretisch gedeelte echt de spuigaten uitloopt, kunnen de docenten je wel tegenhouden. Toch zal de nadruk altijd op het Spel blijven liggen.

Hoeveel mensen zijn vorig jaar gestart met hun opleiding aan Herman Teirlinck ?

Na de laatste werkweek in september waren we met negen geselecteerden. Verder was er nog iemand die het jaar moest overdoen, maar kort daarna besliste om definitief te stoppen. Van die negen die het jaar uitgemaakt hebben en aan al de toonmomenten hebben deelgenomen, waren er zes geslaagd.

Dus met zes in het tweede jaar. Hoe valt dat totnogtoe mee ?

Goed. Het probleem is nu enkel dat er geen eerste jaar meer is (wegens het ?moeten? stopzetten van Studio Herman Teirlinck) en wij dus niet met eerstejaars kunnen samenwerken aan de projecten. De Studio heeft steeds het opleidingsprincipe toegepast dat het eerste en het tweede jaar voor het Spel samengebracht worden, zodat beide jaren elkaar kunnen motiveren en er grotere groepen ontstaan. Dit is een soort van werkatelier, waarin kruisbestuivingen ontstaan tussen de verschillende jaren. Nu mogen wij dus samenwerken met het derde jaar. Dat zal in de tweede termijn gebeuren. Op dit moment zijn we met zes terug aan een toonmoment aan het werken met Ilse Uitterlinden. We zijn ?Het huis van Bernarda Alba? van Federico Garcia Lorca aan het repeteren. Dit dramatisch stuk gaat over vijf dochters en een moeder die in een huis enkel met elkaar geconfronteerd worden.

Hoe verloopt een repetitieproces aan de Studio ?

Dag in, dag uit zijn we met dat stuk bezig. We hebben eerst een maand lang tekstanalyse gedaan. Verschillende vertalingen werden bijeengezocht en met elkaar vergeleken; ook met de originele Spaanse tekst. Vanaf begin november zijn we dan effectief beginnen spelen, om op 16 december 2002 een try-out te hebben. 17, 18 en 19 december zijn de opvoeringen. (op het moment dat u dit leest, is dit toonmoment dus achter de rug)

Wat staat er verder in het jaar nog op het programma ?

Dat is op dit moment allemaal nog een beetje vaag. We weten enkel dat we in een volgende termijn een stuk zullen brengen samen met de derdejaars. Wat het gaat zijn, is echter nog niet vastgelegd. Veel heeft te maken met de rare en onwennige situatie die gecre?erd is door de beslissing van stopzetting van de Studio. De docenten en de toneelkern doen echter alles wat ze kunnen om ons een even geschikte en adequate opleiding te bezorgen als diegenen die ons zijn voorgegaan

Voelt de Studio op dit moment nog aan als een echte Studio ?

Neen, eigenlijk niet. (pauze) Eerst en vooral omdat er geen eerste jaar meer is. Verder omdat we met zo weinig mensen in de ?school? rondlopen. Wij zijn met zes; in het derde jaar zitten er drie studenten en de laatstejaars hebben stage bij verschillende gezelschappen. Dus meestal zitten wij met Drama met negen in een heel gebouw. De afdeling Kleinkunst heeft in totaal 25 studenten. Dat geeft een raar gevoel, maar we blijven nog steeds doen waar het om draait, namelijk het spelen. (glimlacht)

Je kan het natuurlijk ook als een eer zien, om als laatste de kans te krijgen om af te studeren aan de Studio ?

Ja, dat is juist. ? We zien nog wel, want er zouden plannen gemaakt zijn om toch terug ingangsexamens te doen. Ik weet natuurlijk niet alles daarover, maar dat zijn geruchten.

Hoe zit het met de samensmelting van de Studio en het conservatorium onder leiding van Dora Van der Groen ?

Die zal er niet komen. Dat wordt in de media verbloemd omdat iemand van het bestuur van de Studio gevraagd is om toe te treden tot het bestuur van het conservatorium. Niemand weet echt wat er juist allemaal gaande is. Het enige zekere is dat Dora een eerste jaar heeft, de Studio niet. Een fusie zal er, denk ik, nooit komen.

Je komt veel in contact met professionele acteurs. Word je soms ook gevraagd om mee te spelen bij professionele gezelschappen of in Tv-series ?

In het eerste jaar wordt dat ten zeerste beperkt. Dan hameren de docenten erop om enkel met de Studio bezig te zijn. Zelfs nu nog heb ik regelmatig het gevoel dat ik enkel met de 'school' bezig ben. Vroeger kon ik veel meer zaken combineren, maar dat is nu helaas niet meer mogelijk. Daar heb je meestal geen tijd voor. Het gebeurt natuurlijk regelmatig dat productiehuizen of theatergezelschappen contact opnemen met de Studio omdat ze bepaalde acteurs nodig hebben. We beslissen dan zelf of we daar tijd voor hebben.

Weet je al welke richting je wilt uitgaan na het be?ndigen van je studies ?

Dat is mij onlangs nog gevraagd. (glimlacht) Eigenlijk nog niet. Ik zie wel. Ik heb ondertussen wel een rolletje versierd in de tweede reeks van Dennis (VTM, in de loop van januari) Dat was voor mij de eerste keer dat ik voor een camera moest acteren, wat totaal anders is dan in een theater. Je krijgt als acteur veel minder vrijheid. Het was een leerrijke ervaring. Toch heb ik niet de intentie om in de ?soapsfeer? verder te gaan. Ik wil met theater bezig zijn. Of ik zou een mooie rol in een film aangeboden moeten krijgen. (lacht)

Hoe kijk je terug op de periode dat je bij de Reynaertghesellen op het podium stond ?

Met groot genot. (pauze) Ifigeneia was bijvoorbeeld super. Dat was mijn eerste positieve theaterervaring. Ik had ervoor wel al toneelschool gevolgd bij Jona en bij Thespikon gespeeld. Dat stuk betekende bij mij echt de 'klik' om verder te gaan. De aangename sfeer bij de Reynaertghesellen heeft ervoor gezorgd dat ik er in drie producties meegespeeld heb. De Reynaertghesellen hebben een belangrijke rol gespeeld in ?om het zo te zeggen- ?een groot deel van mijn humaniora-leven?. Ik blijf de groep dankbaar dat ik de kans gekregen heb om een aantal mooie, grotere rollen te spelen. Dat is toch niet zo evident.

Zie je de Reynaertghesellen als 'opstapje' naar Studio Herman Teirlinck ?

Ik was sowieso vanaf het eerste middelbaar van plan om naar een toneelschool te gaan. Natuurlijk omdat ik gedurende mijn humaniora verder met theater bezig bleef, deed de zekerheid om erin verder te gaan alleen maar groeien. Nu ben ik heel blij dat ik aan de Studio zit om bepaalde zaken bij mezelf te blijven ontdekken.

Welk moment in ??n van de drie producties blijft je altijd bij ?

Bij Ifigeneia het 'Andrea Bocelli-moment'. Elke avond van een voorstelling gingen we met al de acteurs in een kring staan en zongen we 'Con te partiro' mee. Dat was meer dan melig, maar die drie minuten kweekten zo een groepsgevoel dat ik het nooit zal vergeten. Natuurlijk ook omdat ik in die productie Sofie (Parton, het koningskind) heb leren kennen en wanneer zij gestorven is, heeft dat veel in mij losgemaakt. Zeker ook omdat we op het moment van haar ongeluk aan het repeteren waren voor de Meisjeskamer. Dat zijn heel belangrijke momenten in mijn leven en de Reynaertghesellen spelen daar een grote rol in.

Zie je jezelf ooit terug bij de Reynaertghesellen acteren ?

Ja. Ik heb veel zin om een bijrolletje te spelen bij de Reynaertghesellen. (toneelkern, u weze gewaarschuwd)

Of een productie regisseren binnen een paar jaar ?

Ja, waarom niet. Daar sta ik tegenwoordig ook veel bij stil. Misschien wil ik wel liever regisseren dan zelf op de planken te staan. Ik denk echter dat het belangrijk is dat je eerst zelf veel speelt om zo te ontdekken dat je wilt regisseren.

Wordt daar binnen de Studio aandacht aan geschonken ?

Neen. Aan het regisseren wordt niet echt aandacht geschonken. Het is niet mee opgenomen in het lessenpakket. Sommige docenten schenken er altijd wel wat aandacht aan, of je kunt leren van de methodes die zij hanteren om ons te regisseren.

Bedankt en hopelijk tot gauw als actrice of als regisseuse !

Pieter-Jan Martens

 

 

Immaculata

vrij 18 – zat 19 – don 24 – vrij 25 – zat 26 – zon 27 – din 29 – don 31 maart – vrij 1 – zat 2 april 2011

Abigail's party

vrij 29 – zat 30 april – don 5 – vrij 6 – zat 7 – zon 8 – din 10 – don 12 – vrij 13 – zat 14 mei 2011


www.reynaertghesellen.be