Home Auteur Marcel pagnol
Marcel pagnol PDF Afdrukken E-mailadres

auteur, dramaturg en Frans cineast (Aubagne, 1895 - Parijs, 1974).

Biografie

De personages van Pagnol zijn voor het Franse publiek gemeengoed geworden alsof zij de belichaming zijn van het Zuidfranse karakter en temperament, net zoals de naam Pagnol een eigen betekenis heeft gekregen binnen het Frans cultureel erfgoed, zoals men spreekt over een 'Marivaudage' of een 'Tartuferie'. Voor zowel voor- als tegenstanders betekent een ?Pagnolade? een brave rivaliteit tussen een kleurig en fel realisme, de zuidelijke gulheid en een zekere valsheid, gekenmerkt door dat typische mediterraan accent.

Marcel Pagnol werd geboren in 1895 in Aubagne, niet ver van Marseille, Cassis en La Ciotat. Heel zijn leven lang zal hij verbonden blijven aan dat betoverende landschap en de dorpen, met hun okerkleurige daken en hun pittoreske bewoners. Zijn jeugdherinneringen hebben ons vertrouwd gemaakt met die heldere jaren, doordrongen door de geur van tijm en het getsjirp van krekels, jaren die gedomineerd werden door een kleurloze vaderfiguur en een veel te vroeg gestorven, brave moeder. In Marseille loopt hij middelbaar onderwijs, maar de grote vakanties brengen hem elk jaar weer terug naar zijn geliefkoosde streek.

Wanneer hij achttien is, schrijft hij zich in voor Engels aan de Faculteit Letteren in Aix-en-Provence. Samen met enkel vrienden start hij een literair tijdschrift, de voorbode van de Cahiers du Sud (1925). Nadat hij eerst een tijd opzichter was, wordt hij in 1915 benoemd tot leraar Engels, eerst in de Midi, wat later in Parijs. Eens in Parijs breekt hij met de medeoprichters van zijn tijdschrift omdat zij volgens hem eerder snobistische auteurs verdedigen zoals Gide en Proust. Toen al had Pagnol een duidelijk literaire keuze gemaakt.

Op zijn dertigste stelt hij zijn eerst toneelstuk voor: Les Marchands de Gloire, in samenwerking met Paul Nivoix. Nadien neigt hij eerder naar de avant-garde met Jazz, een stuk dat hij alleen schreef, en dat later gespeeld werd in het Théatre des Arts. Het is pas in 1928 dat hij zijn eerste succes kent met Topaze, een stuk dat gedurende twee jaar wordt opgevoerd. Vanaf dan kan hij het onderwijs verlaten.

Een jaar later speelt Raimu de rol van C?sar in Marius. Opnieuw een succes dat nog versterkt wordt door de verfilming van het stuk. Met de stukken Fanny en C?sar vervolledigt hij zijn Marseille-trilogie. Orane Demazis, die gestalte gaf aan Fanny, wordt zijn nieuwe levensgezellin, nadat hij eerder getrouwd was met Simone Collin. Pagnol, ondanks het feit dat hij een gevierd schrijver was, richt zich nu volledig op film: niet alleen schrijft hij scripts, hij zorgt ook voor de realisatie en de productie ervan. In een kasteel in de buurt van Marseille start hij zijn studio op.

Wanneer hij in 1946 verkozen wordt voor de Académie Française, heeft hij eerder een carrière uitgebouwd als filmmaker dan als schrijver. Toch keert hij terug naar de literatuur. Zo legt hij zich toe op vertalingen van de Bucolia van Vergilius en Shakespeare?s Hamlet en Midzomernacht-droom. Hij schrijft diverse essays o.a. over de lach en over kritiek. Het theater heeft hij nooit verlaten, maar stukken zoals Judas (1955) en Fabien (1956) kennen niet het succes dat hij behaalde met zijn Marseille-trilogie. Pas wanneer hij zich toelegt op romans, kent Pagnol een tweede periode van glorie.

Hij schrijft een nieuwe trilogie: Souvenirs d?enfance, waarin hij met humor en tederheid gestalte geeft aan zijn jeugdjaren. In 1957 en 1958 verschijnen respectievelijk La Gloire de mon p?re en Le ch?teau de ma m?re. Pagnol behoudt zijn gezond gevoel voor zaken en start een eigen uitgeversbedrijf in Monaco, om zijn eigen werken te verspreiden. In ?60 verschijnt Le Temps des secrets. Een vierde deel, Le Temps des amours, wordt postuum uitgegeven in 1977.

Tussentijds had Pagnol zich gewaagd aan enkele geschiedkundige vraagstukken over Lodewijk XVII en het ijzeren masker en publiceerde hij L?Eau des collines, een tweedelige roman (Jean de Florette en Manon des sources).

Wanneer hij in 1974 overlijdt, verliest de Franse hedendaagse literatuur en filmindustrie een van zijn boegbeelden.

Met stukken als Les Marchands de gloire en Topaze lijkt Marcel Pagnol zich te richten op de satirische komedie, aanklacht van maatschappelijke en individuele gebreken. Maar met de Marseille-trilogie keert hij het genre de rug toe, om er nooit meer op terug te komen en evolueert hij eerder naar zedenkomedies. Een gemakkelijkheidsoplossing zoals hem vaak werd verweten. De intrige interesseerde Pagnol niet zozeer, het was eerder een middel om de personages te plaatsen, zo, uit het leven gegrepen. De sc?nes hebben zelden een dramatische waarde en bieden eerder de mogelijkheid voor authentieke dialogen, grappig en tegelijkertijd ruimte latend om sympathie te voelen voor eerder eenvoudige en gedesinteresseerde zielen. Marcel Pagnol ontkent nooit de waarde van de dialoog, de karaktertrek, het ongelukkig voorval. De menselijke psychologie verliest niets van haar waarde, want zij wordt gesterkt door het woordgebruik, niet door de handeling op de sc?ne. Het is in het kleurrijke taalgebruik dat de auteur het beste van zichzelf geeft en de gemakkelijkheidsoplossing vermijdt. Het theater van Pagnol is een volkstheater. Hij zet volksmensen op sc?ne die het volk ook aanspreken. Want, zonder zichzelf tekort te doen, kan elk publiek er zich in terug vinden, want de humor en emotie, wanneer ze spontaan gebracht worden, worden vrij snel gemeenschappelijke waarden, waarop de tijd geen grip heeft.

De romanstructuur, waarin de schrijver echt alle fictie-elementen en gevoelens kan uiten, verduidelijken nog meer de specificiteit van Marcel Pagnol en openbaren dezelfde waarden. Worden de personages niet meer geleefd door acteurs, dan vinden zij eerder hun kracht in hun portrettering. Pastis, belote en p?tanque zijn voor de Proven?al zoals de Oostenwind voor de visser, de Canyon voor de cowboy en zoals het zwaard voor de ridder. Wat men zowel in Les Souvenirs d?Enfance als in L?Eau des collines voelt in het accent en het getsjirp van de krekels is de liefde voor het zonovergoten landschap, genadig maar toch zo dor. De personages zijn zodanig verbonden met de aarde alsof ze hun ziel en hun vinnigheid uit de grond zuigen. Door het verbeelden van dit harde en soms zo heldhaftige leven, draagt Marcel Pagnol, net zoals Daudet en Giono, bij tot de verheerlijking van de rijkdom van een streekgebonden cultuur en geeft hij het een universele waarde. Is het geen hymne of een opera, dan is het toch een liedje van een kinderliefde, het herbeleven van een gelukkige jeugd.

Pagnol is overtuigd van de mogelijkheden van de gesproken film. In 1931 schrijft hij een filmscenario rond het theaterstuk Marius. Alexander Korda verfilmt het stuk onder toezicht van Pagnol net zoals Mard All?gret een jaar later Fanny verfilmt. In 1933 schrijft Pagnol C?sar voor het grote doek waarmee hij onmiddellijk de verfilming realiseert, welke uiteindelijk plaats heeft in 1936.

Marcel Pagnol vindt in de film alle mogelijkheden voor een soepeler en meer blijvend theater. Bron van het verwijt dat men hem maakt van het concept van verfilmd theater. Het interesseert Pagnol niet om pure cinema te maken. Net zoals Guitry, geeft hij de voorkeur aan de dialoog in plaats van aan het beeld. Met het doel zijn eigen idee?n te verdedigen start Marcel Pagnol in 1934 zijn eigen tijdschrift, Les Cahiers du Film. Als producent verwerkt hij scenario's van Giono en Daudet, net zoals zijn eigen stukken. Raimu en Fernandel waren Pagnol?s favorieten en hebben misschien hun mooiste rollen aan hem te danken.

Als verfilming kende Topaze een bijzonder verloop. Pagnol begeleidde de verfilming in 1932 van Louis Gasnier, maakte zelf twee versies in 1936 en 1950, rekeninghoudend met de Hollywoodversie in 1933, de Egyptische versie van 1933, de Chinese versie van 1939 en de Britse versie, geregisseerd door Peter Sellers, van 1961. Sedertdien hebben anderen groot succes gekend met de verfilming van het werk van Pagnol: Claude Berri (Jean de Florette en Manon des Sources in 1986) en Yves Robert 'La gloire de mon père en Le château de ma mère in 1990).

Een anekdote over Marcel Pagnol, verteld door Yvan Audouard :

Op een dag bracht een rijke Hollywood producer een bezoek aan de studio's van Marcel Pagnol; hij was verbaasd hoe eenvoudig er alles was. "Is dit uw hangar? Maar bij ons zijn er tien keer zoveel en vier keer zo groot. Ah, u hebt maar drie camera's? Wij hebben er honderden." Marcel begon zich langzaam op te winden toen hij hem de travelling toonde (de rails waarop men een camera kan voortbewegen). "Is dit de travelling die U gebruikt? Maar hij is zo klein, wij gebruiken kilometers travelling". Waarop bij Marcel de stoppen sprongen: "Meneer, dit is een filmstudio, en niet de spoorwegen."

 
 

Ons eigen theater

  

Kalender

juli 2010
ma di wo do vr za zo

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31


www.reynaertghesellen.be