Een niemandsland. Een verlaten landweg. Een dood gewaande wilg. Twee mannen, Vladimir en Estragon, wachten. Op wie? Op Godot, zeggen ze. Om de tijd - die, wie weet, is blijven stilstaan - te doden voeren ze gesprekken. Over vanalles en nog wat. Over worstels en verlossers, over vriendschap en vijanden, over zelfmoord en erecties, over bijbels en mandragora's. Er wordt gevloekt en geschopt, gepist en gedicht. En verder... wachten ze. Op wie? Op Godot. Ah, ja!